Gedateerd
Het centraal schriftelijk examen bestaat meestal uit het
lezen van een tekst en vervolgens het beantwoorden van een reeks vragen
daarover. Dat is best een gedateerde werkwijze. Het sluit bovendien ook te
weinig aan op wat er van leerlingen wordt verwacht in het vervolgonderwijs. Of
het nou om een studie op het mbo, aan een hogeschool of een universiteit gaat:
je werkt er heel anders dan je op de middelbare school ooit hebt gedaan. Het is
veel projectmatiger, waarbij je wordt geacht zelf onderzoek te doen en zelf vaak
stukken tekst te schrijven. Teksten produceren is iets dat je nauwelijks doet
op de middelbare school, omdat het zo lastig te examineren is. Ook stemt het tot
nadenken dat de helft van de leerlingen het eerste jaar van hun
vervolgopleiding van richting switcht. Zouden we hen niet beter moeten
voorbereiden op wat hen te wachten staat? En veel meer aandacht moeten besteden
aan een goede studiekeuze?
Mogelijkheden om te verbeteren
Het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) – het extra geld dat
de overheid beschikbaar heeft gesteld om de onderwijsachterstanden door corona
weg te werken – biedt ons nieuwe mogelijkheden om het onderwijs te verbeteren.
De meningen buitelen over elkaar heen hoe we dat moeten doen. Wat opvalt, is
dat het steeds over het wegwerken van cognitieve achterstanden gaat. Wéér: dat
wat concreet meetbaar is. Deze examenperiode is interessant, omdat het een
indicatie geeft hoe het met die cognitieve achterstand gesteld is. Ik ben dan
ook heel nieuwsgierig naar de resultaten. Zelf denk ik dat een andere,
onzichtbare vorm van achterstand wel eens veel groter kan zijn en op de lange
termijn meer gevolgen gaat hebben: de sociaal-emotionele achterstand. Onze
leerlingen hebben een jaar lang heel veel thuisgezeten, wat doet dat met hen op
de lange termijn? Hoe ontwikkelen zij hun sociale vaardigheden? Brengen we hen
voldoende eigen verantwoordelijkheid bij? Leren we ze voldoende om samen te
werken, ook later in de maatschappij? Dat meten we niet met de examens.
Nuttige vaardigheden
Het NPO is een goed aangrijppunt om met elkaar te definiëren
wat ‘goed onderwijs’ is. De docenten staan daarbij centraal: zij moeten het uiteindelijk
waarmaken in de klas. Bij Dunamare gaan we de NPO-middelen zeker inzetten voor zaken
als extra huiswerkbegeleiding en examentraining. Maar ook voor meer aandacht
voor de overstap naar het vervolgonderwijs, voor meer differentiatie in en
buiten de klas, voor training van de docenten in het geven van goede feedback,
en voor andere activiteiten zoals sport. We willen echt breed inzetten.
Ik las laatst over de openbare scholengemeenschap Hugo de Groot
in Rotterdam Zuid, die een paar bekende schrijvers had uitgenodigd voor een vraaggesprek
met de leerlingen. Tommy Wieringa, Manon Uphoff en Abdelkader Benali kwamen
langs en waren aangenaam verrast door hoe betrokken en belezen de leerlingen
waren. De docenten bleken het lezen bij de leerlingen dan ook flink te
stimuleren. Zo lazen zij hen al vanaf de brugklas een uur per week voor. Een
mooi voorbeeld hoe je volgens niet-meetbare paden toch heel nuttige
vaardigheden stimuleert bij je leerlingen.
Profielwerkstuk
Een stap in de goede richting binnen het vaste curriculum
vind ik ook het profielwerkstuk dat is ingevoerd. Een praktische opdracht voor
leerlingen in de laatste klas uit de bovenbouw van het vmbo, havo en vwo. Daarin
komen vaardigheden als onderzoeken, samenwerken, analyseren, schrijven en
presenteren bij elkaar. Dat gaat al veel meer in de richting van wat het
vervolgonderwijs van leerlingen vraagt. En dan kan ik het hier niet laten om
trots te vermelden dat twee leerlingen van onze Dunamare-scholen – Nieka van
Lieshout van het Coornhert Lyceum en Britt Molenaar van de Daaf Gelukschool – met
hun profielwerkstuk een prijs hebben gewonnen van de Koninklijke Hollandsche
Maatschappij der Wetenschappen. Ik bedoel maar, onze jeugd is er klaar voor! Nu
moeten alleen wij nog de uitdaging aangaan om ons onderwijs verder op hen aan
te passen.