“Voor de klas staan is mijn plek”

28 mei 2026

“Voor de klas staan is mijn plek”

Collega’s die vol passie in het onderwijs werken. Dat is iets om te koesteren én te delen! Sander Leppink, docent geschiedenis op het Coornhert Lyceum, is zo’n collega. En dat is niet onopgemerkt gebleven: hij is dit schooljaar genomineerd voor Haarlemse Leraar van het Jaar. “Dit is zo’n mooie waardering, echt een erkenning van mijn werk.”

Het is hem al vroeg met de paplepel ingegoten. Sander: “Van kinds af aan, houd ik van verhalen. Over de mens, culturen, goden en de verscheidenheid daarvan. Door die passie ben ik geschiedenis gaan studeren. Daar ontdekte ik ook dat verhalen vertellen mijn ding is, en dat het in mijn vingers zit.” Lachend: “En er was publiek voor.” In 2002 stond hij voor het eerst voor de klas. “Ik weet het nog als de dag van gisteren”, vertelt Sander energiek. “Het was een atheneumklas en we hadden het over de Gouden Eeuw. Ik houd niet van taaie stof dus ik heb heel de les een verhaal verteld. Nou, die kinderen vonden het heerlijk en het gaf mij zo’n goed gevoel! Ik wist direct: voor de klas staan is mijn plek.” Het leukste vindt hij het om kinderen mee te nemen naar het verleden. “Dat noem je historisch besef bijbrengen. Ik vind het een groot goed om verruimend, verbredend en verbindend door het leven te gaan. Door allerlei verhalen te horen als kind, vanuit diverse perspectieven, leren we open te staan voor een ander. Ik vind het dan ook goed dat de nadruk van het vak geschiedenis is verschoven van reproductie en jaartallen naar het begrijpen van het verleden. Als je laat zien hoe dingen ontstaan zijn en waar we vandaan komen; maak je het vak maatschappelijk nuttig.” 

Verbindende factor 

Je kunt wel zeggen dat hij stomverbaasd was over de nominatie voor de prijs ‘Haarlemse Leraar van het Jaar’. “Ik hoef niet zo nodig in de belangstelling te staan. Ik geef graag les en dat doe ik met alles wat ik in me heb. Maar toen ik alle leerlingen, de wethouder van onderwijs en collega’s voorbij zag komen met taart wist ik even niks te zeggen. En dat komt niet vaak voor! Deze nominatie voelt bijzonder en is een mooie waardering voor mijn werk.” Daarnaast is hij ontzettend trots op zijn vak. “Ik merk dat het vak geschiedenis soms wat minder aandacht krijgt dan het verdient. Bij veel jongeren leeft toch de tendens: geschiedenis is niet zo nuttig én saai. Maar dat is na drie weken bij mij in de klas – die als een museum is ingericht - meteen over. Ik vertel veel verhalen; met beeld, fantasie en overtuiging. ‘Als ik naar u luister, hoef ik niet meer te leren’, zeggen ze dan. Dat werkt verbindend. Ze hoeven van mij echt niet allemaal historicus te worden maar ik hoop dat ik een klein zaadje plant voor iets moois. Zoals identiteitsvorming, motivatie, of een solidaire samenleving. Ik geloof in kansen, die gun ik ze ook.” Hij is nog steeds apetrots. “Maar de prijs is ook voor mijn collega’s. Die zich met dezelfde passie en toewijding inzetten voor onze leerlingen!”