Onzichtbare
ongelijkheid
Dat is een
volwaardiger definitie van kansengelijkheid, vind ik, maar de weg ernaartoe wordt
meteen ook een stuk ingewikkelder. Want er spelen zo veel factoren mee die
gelijkheid in de weg zitten. Een moeilijke thuissituatie met armoede en/of
mentale problemen, een onveilige buurt, vooroordelen vanuit de maatschappij, et
cetera. En veel factoren zijn niet eens zichtbaar voor de buitenwereld. Want
wie merkt er bijvoorbeeld dat een kind knel zit in de vechtscheiding van de
ouders, en daardoor niet de rust vindt om te leren? Of dat er weinig liefde
thuis wordt geboden, waardoor het zelfvertrouwen heel laag is?
Drie
componenten
Het onderwijs kan
zeker een rol spelen bij het vergroten van kansengelijkheid, maar dat is een
bescheiden rol; de aanpak van ongelijkheid – zichtbare én onzichtbare – is een
zaak van de hele maatschappij. Onze bijdrage vanuit het onderwijs zit in de
focus op kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming van onze leerlingen. Alle
drie componenten horen een stevige plek te hebben in de schooldag. De ene
leerling heeft daarbij wellicht meer aandacht nodig op het punt van kwalificatie,
de andere op socialisatie of persoonsvorming. Een kind is bijvoorbeeld niet
altijd geholpen met extra uren wiskundeles. Soms ligt de sleutel op een ander
vlak en is bijna voorwaardelijk aan het worden om te komen tot leren. Wat we in ieder
geval bij vrijwel alle leerlingen de laatste twee jaar merken, is een gebrek
aan motivatie voor school. Dat is echt een effect van de coronapandemie en de
bijbehorende lockdowns. Alle Dunamare-scholen zetten daarom nu vol in op het
sociaal welbevinden van leerlingen, bijvoorbeeld met coachingtrajecten of een
persoonlijk plan van aanpak alleen oog hebben voor kwalificatie is niet meer
voldoende.
In gesprek met
elkaar
De komende
periode organiseren we op al onze scholen bijeenkomsten om met docenten, andere
medewerkers, ouders en leerlingen in gesprek te gaan over de strategische koers
van onze onderwijsgroep. We zullen daarbij veel over kansengelijkheid praten,
hoe mensen dit zien en wat er nodig is om de gelijkheid te vergroten. En
belangrijk ook: met wie we daarbij kunnen samenwerken. Want zoals gezegd kan
het onderwijs het niet alleen oplossen.
Het allermooiste resultaat
dat we wat mij betreft kunnen bereiken, is als alle leerlingen onze scholen verlaten
met het zelfvertrouwen en de mogelijkheden om te doen wat ze graag willen op
het niveau dat de leerling in zich heeft. Dat ze zich later nooit hoeven af te
vragen: wat als ik betere kansen had gehad?