“Door het rooster om te gooien, is er meer rust”
Wat als je de lestijd verkort, zodat er meer ruimte ontstaat voor ontwikkeltijd en onderwijs op maat? Dunamare-school Het Schoter nam de proef op de som en deed mee aan de pilot Onderwijstijd van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Nu de tweejarige pilot op zijn eind loopt, is het een mooi moment om te evalueren. Bestuurder Henk Post ging in gesprek met Monique van der Grijp, conrector op Het Schoter. “Met onze lestijdverkorting komen we tegemoet aan het puberbrein.”
Je bent drie jaar geleden op Het Schoter gestart. Toen duurden de lessen nog zestig minuten. Was de lestijd op dat moment al een onderwerp van gesprek?
“Er was zeker al wat discussie en dan met name of een les van zestig minuten nog wel passend was voor de leerlingen. Het vraagt om best een lange spanningsboog. Wat mij zelf opviel tijdens lesbezoeken is dat leerlingen na de uitleg van nieuwe stof vaak zelfstandig aan de slag gingen. De zestig minuten leken in die zin niet per se nodig voor het overbrengen van de stof.”
En toen kwam de pilot Onderwijstijd van het OCW voorbij.
“Precies. We zagen het als een mooie gelegenheid om te experimenteren met het verkorten van de lestijd. Enerzijds voor de leerlingen: minder lange schooldagen én tegemoetkomen aan het puberbrein. Want door de lestijd te verkorten komt er meer ruimte in het rooster en is het mogelijk om sommige dagen later te starten. Daarnaast leek het ons mooi om de tijd die zou vrijkomen te benutten voor onderwijs op maat buiten de les én ontwikkeltijd voor de docenten.”
Je lestijd verkorten lijkt me best een grote verandering. Was het team gelijk aan boord?
“De pilot is eerst binnen de schoolleiding besproken. Het was één van de eerste grote beslissingen die rector Jord Schaap - op dat moment net gestart - moest nemen. Hij was positief en is vervolgens met het team in gesprek gegaan over de invulling. Op basis daarvan zijn de lessen verkort naar vijftig minuten en is de vrijgekomen tijd ingezet als ontwikkeltijd voor docenten.”
Hoe gaat ontwikkeltijd in zijn werk: is het ieder voor zich of iets wat gezamenlijk gebeurt?
“Iedereen mag ‘ontwikkelen’ op een eigen gekozen moment. Wel zijn de eerste twee uur op donderdag hier speciaal voor vrijgemaakt in het rooster. Op deze manier is er één keer per week een moment waarop alle docenten in de gelegenheid zijn om met collega’s te overleggen. Eén van de eerste dingen waarmee we aan de slag zijn gegaan is het ontwikkelen van een goede, effectieve les. We hebben met alle secties aan de verschillende onderdelen gewerkt: de start, het middenstuk en het slot van een les. Op dit moment nemen we differentiëren onder de loep.”
Hoe pakt deze aanpak in de praktijk uit?
“Met z’n allen aan één doel werken, draagt bij aan een positieve vibe. Ik merk dat ook collega’s die in het begin wat sceptisch waren nu de voordelen zien. Want alle aanpassingen die we samen maken, leiden uiteindelijk tot tijdswinst in je week. Uit ons medewerkertevredenheidsonderzoek blijkt ook dat collega’s minder werkdruk ervaren. Bovendien is het ziekteverzuim omlaaggegaan. Daarnaast voel je het in de school: sinds we het rooster anders invullen, is er meer rust.”
Je vertelde zojuist dat jullie de vrijgekomen tijd ook wilden gebruiken voor onderwijs op maat buiten de les. In hoeverre is dat van de grond gekomen?
“Dit hebben we in het tweede jaar van de pilot opgepakt. Dat is maar goed ook, want halverwege de pilot heeft het OCW de regels veranderd. Hierdoor zijn verschillende scholen afgehaakt. Heel jammer, want ik denk dat het echt waardevol is om het verkorten van de lestijd met zoveel mogelijk scholen in het land te onderzoeken.”
Een belangrijk leerpunt voor het OCW als je het mij vraagt. Wat voor invloed heeft deze ommezwaai op jullie gehad?
“Het was echt even zoeken: wat kan er nog wel en wat kan er niet volgens de aangepaste wetgeving. Uiteindelijk bleek het invoeren van onderwijs op maat – naast ontwikkeltijd – de oplossing. Daardoor voldeden we nog steeds aan de regels.”
Hoe hebben jullie het maatwerk opgezet, kun je me daarin meenemen?
“Kort door de bocht: van de 10 minuten die er per les overblijven gaan 7 minuten naar ontwikkeltijd en 3 minuten naar maatwerk. In de praktijk is het echter wel wat complexer. Niet alle docenten geven evenveel maatwerk – het ene vak leent zich er beter voor dan het andere. We zijn nu aan het onderzoeken hoe we dit volgend schooljaar anders kunnen organiseren en blijven daarbij luisteren naar de wensen van het team.”
Het klinkt als een continu proces van evalueren en bijschaven. De twee jaar zijn bijna achter de rug. Waar staan jullie op dit moment?
“In samenspraak met de Medezeggenschapsraad (MR) hebben we besloten om voor een overbruggingsjaar te gaan. Hierin houden we de ingekorte lestijd aan en evalueren we ondertussen de pilot. Op basis van al deze bevindingen zullen we besluiten of we de lestijdverkorting in stand houden – en zo ja, hoe we de vrijgekomen tijd precies gaan invullen.”
En wat vinden de leerlingen van dit alles? Uiteindelijk gaat het natuurlijk om hen.
“Zeker. Dat brengen we nu ook in kaart. We weten al dat de meerderheid positief is over de lestijdverkorting. Meer dan de helft van de ondervraagde leerlingen geeft aan dat hun schoolresultaten verbeterd zijn na het volgen van maatwerk. We krijgen feedback waar we echt iets mee kunnen. Zo vinden leerlingen dat het maatwerk bij ons tweetalig onderwijs (TTO) ook in het Engels zou moeten. Al dit soort punten nemen we mee.”
Je hebt zelf ook jaren voor de klas gestaan als leraar Nederlands.
“Als docent zie je een paar honderd leerlingen per week. Ik ben ervan overtuigd dat het effectiever is om maatwerk te bieden. In een reguliere les verveelt de één zich, terwijl de ander behoefte heeft aan extra uitleg. Natuurlijk kun je het voor een deel in de les regelen door te differentiëren, maar ik vind het uitgangspunt dat je niet alles voor iederéén doet en maatwerk biedt buiten de lessen om heel aantrekkelijk. Als we dat goed organiseren en uitbouwen kunnen veel leerlingen daar de vruchten van plukken.”
Jullie zijn continu aan het verbeteren en vernieuwen. Zo zetten jullie in op leesonderwijs, een smartphonevrije school en een tweejarige brugklas. Wat leerlingen daarvan opsteken, valt niet altijd te meten met school- of eindexamens. Het is groter dan dat. Niet voor niets zeggen jullie: ‘Het Schoter kleurt je leven en daagt je uit’.
“Dat is in mijn ogen wat een school moet doen! Al onze projecten, hebben met elkaar te maken; het zijn geen losse flodders. Zo heeft het verkorten van de lestijd geleid tot meer structuur in de les. Dat heeft weer gezorgd voor meer rust in school. Net als het verbannen van de smartphone. Ook zijn we meer gaan differentiëren waardoor we volgend jaar in de tweejarige brugklas beter kunnen determineren...”
... en zo is de pilot Onderwijstijd denk ik een mooi vliegwiel geweest voor ontwikkeltijd. Wat ik me nog afvraag – zijn de verschillende ‘pilotscholen’ eigenlijk weleens bij elkaar gekomen?
“Binnen Dunamare zijn verschillende scholen bezig met onderwijstijd. We hebben onderling zeker ervaringen gedeeld. Ik denk dat het sowieso goed is om elkaar op te zoeken: dingen tegen het licht houden, samen naar oplossingen zoeken. Het maakt je onderwijs alleen maar beter.”