Henk Post is per 1 september gestart als onze nieuwe voorzitter van Dunamare Onderwijsgroep en is nu bezig met een ‘spoedcursus Dunamare’ om al onze scholen te leren kennen. We vroegen Jesper Einmahl, 6-vwo-leerling op het Coornhert Lyceum in Haarlem, om Henk eens nader aan de tand te voelen. Dat leverde een geanimeerd gesprek op.

Jesper: “U bezoekt momenteel alle Dunamare-scholen, waar kijkt u naar op een school?”
Henk: “Ik probeer de ‘zachte kanten’ van de school te ontdekken. De harde cijfers, zoals het slagingspercentage en de op- en afstroom van leerlingen, kan ik allemaal op papier opzoeken. Ik kan de schoolgids lezen en de website bekijken. Maar ik wil ook graag een gevoel krijgen bij een school: wat voor mensen werken er, wie zijn ze, wat is hun passie? En hoe gaan ze met elkaar om? Wat maakt deze school nou anders dan een andere school? Een school is meer dan een stenen gebouw, het zijn de mensen die op een bepaalde manier met elkaar samenwerken, dát probeer ik te ontdekken door open gesprekken met zo veel mogelijk mensen.”

Jesper: “Spreekt u dan ook met leerlingen?”
Henk: “Het liefst wel. Laatst woonde ik een les bij van de internationale schakelklas van het Hoofdvaart College. In deze klas leren kinderen uit onder meer Syrië, Afghanistan, Marokko en Eritrea eerst Nederlands voor ze kunnen doorstromen naar het gewone onderwijs; heel interessant om hun les mee te volgen. Op het Technisch College Velsen kwam ik in een les waarin leerlingen sleutelden aan een motorfiets. Een jongen vertelde me hoe goed hij op zijn plek was op die school, hij stond glunderend die motorfiets te repareren. Dat zijn mooie gesprekken.”

Jesper: “Als u zo rondloopt op school, denkt u dan terug aan uw eigen schooltijd?”
Henk: “Ha, dat is lang geleden, ik ben inmiddels 58. Maar ik heb goede herinneringen aan mijn middelbareschooltijd. Het was een gelukkige periode, ook al vond ik school zelf toen niet altijd even leuk. Ik weet nog dat je bij Franse les met een koptelefoon op bandjes moest luisteren en naspreken, heel saai. De docent checkte met een knop af en toe of je het goed uitsprak, maar hij checkte vooral of je niet in slaap was gevallen. Ik ben blij dat het tegenwoordige talenonderwijs veel boeiender wordt gegeven.”

Jesper: “Dacht u vroeger al: misschien ga ik later leidinggeven aan scholen?”
Henk: “Nee, totaal niet. Ik heb bestuurskunde in Leiden gestudeerd en daarna economie in Rotterdam. Ik heb een tijdje bij onderzoeksbureaus gewerkt en bij de Rekenkamer. Daarna ging ik bij het ministerie van Onderwijs aan de slag, waar ik uiteindelijk directeur Voortgezet Onderwijs werd. Daar ontdekte ik hoe waanzinnig leuk het onderwijs is. Alle aspecten van het leven vind je erin terug en je hebt met zo veel verschillende mensen te maken.”

Jesper: “U was hiervoor voorzitter van scholengroep CVO Rotterdam, die het christelijk geloof noemt in haar missie. Dunamare niet, wat vindt u daarvan? Speelt het geloof een belangrijke rol in uw leven?
Henk: “Ik ben de kleinzoon van een dominee, wij waren thuis altijd bezig met thema’s als de samenleving, rechtvaardigheid en de rol van de kerk. De Trouw lag op tafel, we zamelden geld in voor de Vrije Universiteit en waren gastgezin voor Vietnamese bootvluchtelingen. Ik ga niet vaak naar de kerk, maar wat mij aanspreekt in het christendom is dat het in mijn beleving eigenlijk een uitnodiging tot ontmoeting is. Op school hoort ook iedereen welkom te zijn, ongeacht kleur, afkomst of geloof, en ontmoet iedereen elkaar. Daarin verschilt CVO niet van Dunamare. Ook Dunamare sluit niemand uit en wil voor iedereen goed onderwijs kunnen verzorgen. Daarom voel ik me ook thuis bij het openbare karakter van Dunamare.”

Jesper: “U bent gestart in een spannende tijd, midden in de coronacrisis. Heeft u al voor moeilijke taken gestaan?
Henk: “Ik zit nog in mijn wittebroodsweken zoals dat heet, lastige besluiten heb ik nog niet hoeven nemen. Het gaat gelukkig ook heel goed met de Dunamare-scholen, zowel financieel als qua onderwijskwaliteit. Overigens brengt deze coronatijd – hoe vervelend ook – tegelijkertijd een interessante dynamiek met zich mee. We praten bijvoorbeeld nu over goede ventilatie op onze scholen, iets wat vroeger op geen enkele bestuursagenda stond. Online onderwijs is ook zo’n spannend onderwerp. Van tevoren dacht ik: dat gaan we nooit voor elkaar krijgen, maar het is tóch gelukt. De huidige ontwikkelingen kunnen veel betekenen voor de toekomst van het onderwijs. Zo kan ik me voorstellen dat we het online lesgeven verder ontwikkelen. Bijvoorbeeld door instructiefilmpjes te maken die leerlingen thuis alvast kijken, zodat ze in de klas meteen aan opdrachten kunnen werken. Maar ik ben heel benieuwd naar jouw mening; hoe vond jij het online lesgeven?”
Jesper: “Ik vond het een behoorlijk grote verandering. Op school heb je het gevoel echt met elkaar les te hebben, thuis achter een scherm met jezelf 40 minuten op mute komt het veel minder binnen. Ik vond het wel knap hoe snel de digitale lessen uit de grond zijn gestampt. Respect voor al die docenten die opeens thuis een soort filmstudio moesten opzetten en probeerden om toch zo goed mogelijk les te geven.”

Henk: “De motivatie om tijdens de lockdown door te gaan, was voor voor sommige leerlingen soms best moeilijk. Hoe was dat voor jou tijdens de lockdown?”
Jesper: “Ik heb het niet als een heel negatieve tijd ervaren. Ik had de mazzel dat ik in het crisisteam van school zat, daardoor moest ik regelmatig naar school gaan. En ik heb op mijn montessori-basisschool geleerd om heel zelfstandig te werken, dat hielp denk ik ook. Ik baal er wel heel erg van dat de 5- en 6-vwo schoolreizen niet doorgaan. Verder vond ik het jammer dat ik mijn vrienden niet iedere dag op school zag.”

Henk: “Jesper, jij bent heel actief op het Coornhert Lyceum, je zit in de MR en de feestcommissie en zit nu voor het tweede jaar in de GMR; heb jij zelf al het idee om later het onderwijs in te gaan?
Jesper: “Ja, een functie als schooldirecteur lijkt me een heel leuke baan. Het lijkt me gaaf om beleid te maken waarmee je het beste onderwijs voor elkaar krijgt. Ik erger me als leerlingen zeggen: school is stom, de regels zijn stom. Je moet eerst kijken naar waaróm regels worden ingevoerd, wat daar achter zit.”

Henk: “Wat zou je nu aanpakken, als je de baas was van jouw school?”
Jesper: “Ik denk leerlingen meer zelfstandig laten leren. Vrijwel elke klas heeft nu dezelfde vorm: we hebben samen les in de klas en thuis maken we ons huiswerk. Maar ik heb ook een docent die het anders doet. Leerlingen die goed willen opletten bij de les laat hij vooraan zitten. Leerlingen achter in de klas mogen werken aan hun opgaven. En in het midden zitten leerlingen die de opgaven maken, maar ook hun hand mogen opsteken voor hulp. Ik denk dat dat een nieuwe, moderne manier van lesgeven is.”
Henk: “Dat is wat we differentiëren in de klas noemen. Jouw voorbeeld raakt aan twee belangrijke speerpunten in het onderwijs: Hoe kan je maatwerk geven? En: Welk type school past bij welk kind?
Dat zijn heel leuke dingen om over na te denken.”

Jesper: ‘Praat u thuis vaak over het onderwijs?”
Henk: “Soms. Ik heb vier kinderen, twee dochters en twee zonen, van wie er twee de onderwijswereld verkennen. Eén dochter werkt bij een onderwijsadviesbureau en mijn andere dochter studeert pedagogische wetenschappen. Maar we praten over van alles thuis, over de politiek, de samenleving, de coronapandemie – mijn vrouw is verpleegkundige in het ziekenhuis, die heeft het daar heel druk mee.”

Henk: “Wij hebben gestimuleerd dat onze kinderen de krant lezen. Hoe zie jij dat Jesper, lezen veel kinderen nog de krant?”
Jesper: “Nee eigenlijk niet. Er wordt sowieso heel weinig gelezen. In de uitzending van Zondag met Lubach ging het daar laatst over. Het Nederlandse onderwijs stimuleert het lezen ook niet bepaald omdat we het merendeel van de tijd vooral begrijpend moeten lezen. Dan zijn we alleen maar bezig met structuren en signaalwoorden herkennen. Dat motiveert niet echt, dat was mijn docent Nederlands trouwens met me eens. Ik denk dat het beter werkt als een docent zegt: ‘Ik heb nu toch een mooi boek, dat moeten jullie echt lezen, en wel hierom.’”
Henk: “Ik ben het met je eens dat het onderwijs meer mag doen aan vergroting van het leesplezier. Dat is het leuke van besturen, dat je kunt proberen daar invloed op uit te oefenen. Ik zit bijvoorbeeld ook in het bestuur van de VO-raad en ken het ministerie van Onderwijs nog redelijk goed, ik snap hoe het beleid gemaakt wordt. Vanuit de VO-raad ben ik betrokken bij het nieuwe curriculum dat we nu landelijk opstellen. Daarin nemen we ook dit soort aspecten mee: hoe maak je het vak Nederlands interessanter? Hoe krijg je leerlingen weer aan het lezen? Het grappige is dat jij en ik met onze meningen allebei wat kunnen doen. Jij op jouw school vanuit jouw plek in de MR, ik als bestuurder van alle Dunamare-scholen. Eigenlijk doen we allebei een beetje hetzelfde werk!”